de laatste dagen..

Ha lieve allemaal,

Aan ons avontuur komt zo langzamerhand een einde. Deze dagen op Bali zijn niet zo enerverend en spannend. Daar komt ook bij dat het hier toch echt erg op toeristen is gericht, en dat maakt het allemaal iets minder interessant. Ik heb weinig nieuwe dingen toe te voegen. Sluit niet uit dat het even erg genieten is, in een chique hotel, even heerlijk niets meer hoeven, en het land blijft mooi en groen, steeds weer een genot om naar te kijken. Een mooie afsluiting van onze reis, waar helaas een einde aan komt! De terugreis zal een lange zit worden. eerst vliegen we naar Jakarte (2 uur), dan een paar uur wachten. Vervolgens vertrekt onze klm-vlucht, die over Kuala Lumpur vliegt, waar we er ook weer uit moeten. En dan een lange nacht, een lange zit en zaterdagmorgen heeeel vroeg komen we weer op Schiphol aan.
Ik hoop dat jullie hebben genoten van onze verhalen en met op deze manier een klein beetje mee reizen. Tot snel!
Mirjam en Han

december 7, 2006
By on 04:51
Bali

Het is Sinterklaas… en wij zitten in de tropische warmte van Bali!
Bali: een heel ander eiland. Met dezelfde regering, maar men is er hinduistisch…en dat verschil is meteen te merken. Tempeltjes i.p.v. moskeeen, veel beelden van monsterachtige types, andere kleding, veel pracht en praal….

Maar ook aandacht voor het kleine: overal struikel je bijna over de kleine offertjes, ze liggen soms midden op straat! elke dag weer verse. Op een bananenblad: een beetje rijst, een koekje, een bloem… Voor elk huis staat een altaartje, met mooi uitgesneden bamboe versierd. s’ avonds was er een hoop rumoer op straat. Het bleek volle maan te zijn en dat wordt gevierd! Iedereen prachtig aangekleed, trommels en een soort optocht. Het fijne is me ontgaan, maar het zag er mooi uit.

Afijn, het is weer even wennen aan drukte, mensen, toeristen en veel leven. Een andere wereld weer na het rustige kampung- (dorps) leven in Kalibaru, waar we maar 4 andere toeristen tegenkwamen.
De reis hiernaartoe was even doorbijten: 7 uur in een schommelende, toeterende, pruttelende en vooral, krap-zittende en warme bus. De enige stop was op de veerboot. Duurde een half uurtje en was heerlijk! Han doet dit soort dingen altijd beter dan ik, ik kan er maar moeilijk tegen! Nu even relaxen, in een prachtig hotelletje, in een hele mooie tuin, maar veel muggen. Kijken of we daar mee kunnen slapen. De laatste nachten wilden we graag even goed rusten!
Voor de geinteresseerden: we zitten in hotel Matahari, zie http://www.matahariubud.com in Ubud.
waarschijnlijk laat ik nog 1 keer van me horen op deze log, en daarna kunnen we alles live thuis verder vertellen en aanvullen!
toedeloe, liefs van Mir

december 5, 2006
By on 12:03
een paar kiekjes

Kempithuis2Het huis op Kali Kempit

OompaulOom Paul..

CacaoscheidenCacao scheiden


By on 11:51
Onze laatste dag op Java

Maandag 4 december

Terwijl ik op onze waranda zit barst het onweer, en de bijkomende regen, los. Het lijkt erop dat het regenseizoen echt is begonnen! Gister was een dag die voor het grootste deel uit regen bestond. Gelukkig hadden we geen plannen en hebben we heerlijk geluierd. Na de regen is het in ieder geval weer wat koeler slapen!Ik drink een kop Javaanse koffie (koffie met prut) en mijmer wat. Dit is onze laatste dag op Java.

Een deel van de dag hebben we doorgebracht met onze overburen, Ria en Rob. Zij wonen nu sinds ’98 hier en gaan nooit meer terug naar Nederland. Zoals ik al vertelde hadden zij in Nederland een praktijk voor psychotherapie, zij is ook maatschappelijk werkster! Hoe toeval mensen op je pad brengt! Ze namen ons mee, eerst naar het Rehab-centrum (zie www.ypk.nl), wat nog gebouwd wordt maar bijna klaar is. Hier gaan kinderen geholpen worden die geopereerd zijn aan allerlei aandoeningen (aan ogen, gezicht of wat dan ook), die behandelbaar zijn. De operaties vinden plaats in Surabaya, daarna staat een heel team in het centrum klaar om ze te helpen opknappen, te rehabiliteren en de familie in te lichten over hoe met het kind en de situatie om te gaan. Het hele centrum is voor arme kinderen die anders geen recht op deze zorg zouden hebben. Zonder hulp zouden ze het misschien niet overleven of later weinig kansen hebben op de arbeidsmarkt. Dit alles gaat in samenwerking met en wordt bekostigd door het Liliane fonds. Er komen specialisten (zoals fysiotherapeuten etc.)  over uit Nederland om mensen van hier op te leiden het werk voor te kunnen zetten. Ria gaat het centrum managen (doet ze nu al: ze heeft bijvoorbeeld zelf bedacht en getekend hoe het centrum er uit moet gaan zien) en Rob houdt de kinderen en het genezingsproces in de gaten (en de nazorg). Rob werkt ook nog 2 dagen per week op de universiteit. Twee mensen met een goed hart en enorm goede intenties die ze tevens in daden omzetten. We zijn erg enthousiast geraakt. Wat hun betrof konden we hier zo blijven en komen werken! Han zou zo een contract als IT-er kunnen krijgen en ik zou als maatschappelijk werkster aan de slag kunnen! Haha. Maar wie weet wat hier nog uit voort komt?! Han gaat kijken hoe hij contacten via zijn werk kan inzetten om wat geld te werven (ze moeten het van fondsen en particulieren hebben) en hij gaat helpen hun website wat beter op te zetten. Dat is het minste wat we zouden kunnen doen. Want deze mensen hebben ons geraakt met hun enthousiasme en idealisme. Het is heerlijk om te zien dat er nog steeds mensen zijn die dit soort projecten van de grond krijgen. Indonesië schijnt echt nog achtergebleven gebied te zijn, met al helemaal geen aandacht voor de kansarmen. Naderhand hebben we nog wat gedronken en gebabbeld bij Rob en Ria thuis. Een fantastisch huis, echt een paradijsje, een sprookje. Met heel veel groen, een moestuin, een zwembad, een riviertje achter, gastenverblijven en uiteraard een staf. Toen ik zei dat ik wat moeite had met al die staf was hun antwoord dat het alleen mar goed was dat je zo weer wat werkgelegenheid creëert. Is ook weer zo!

Morgen gaan we naar Bali. Eerst met de bus om 8 uur een uurtje rijden naar Banyuwangi, dan met bus en al op de boot (half uurtje) dan nog zo’n 4 uur bus. Op Bali is het een uurtje later! Dus we komen later op de middag aan in Ubud. Daar gaan we denk ik nog even lekker een paar dagen toeristisch doen, wat leuke hebbedingetjes kopen voor dees en geen, en een beetje wennen weer aan meer drukte en toeristen. Het is een raar idee dat we over een week weer aan het werk zijn! Zo dichtbij, maar toch ook zo ver weg nog……..Selamat Jalan!!!


By on 11:41
The circle of life

Maanden geleden is het plan geboren naar Java te gaan. Waarom? Eigenlijk heel decadent. Het leek ons de aantrekkelijkste van de vele opties die de weken daarvoor de revue gepasseerd waren waaronder exotische plaatsen als Chili en Mali. Mij trok Java niet in de laatste plaats vanwege de Borobudur. Als kind droomde ik er van om op ontdekkingsreis te gaan door de ondoordringbare tropische oerwouden op zoek naar oude verloren plaatsen als Ankhor Wat en de Borobudur. Een boek over verloren beschavingen dat in de zeventiger jaren de ronde deed heeft dat vlammetje flink opgestookt.

De link met de historie van Magnolia kwam niet lang daarna boven. Ik moet bekennen dat het nooit eerder bij me opgekomen is de roots van mijn familie te onderzoeken. Afgezien dan van die ene keer dat ik in de kerkelijke archieven gedoken ben naar de stamboom van de Heijboers in Zeeland. Eigenlijk heb ik het helemaal niet zo met familie. Niet dat het onaardige mensen zijn, helemaal niet. Maar ik heb niet zoveel met die automatische relatie tussen mensen omdat ze familie zijn. Toch is na de beslissing naar Java te gaan een lawine van emoties over mij gekomen naar aanleiding van onderzoek naar het wel en wee van de Heijboers.

Eerst de geschiedenis van elf generaties die teruggaat tot op 1 januari 1600 stamvader Willem Matteussen Heijboer in het Zeeuwse Sint Maartensdijk wordt geboren. Het verbaast me dat het slechts elf generaties zijn. Zo weinig en toch zo lang geleden. In wat voor wereld hebben mijn voorouders geleefd? Hoe is hun leven verlopen? Ik lees me suf en kom veel tegen wat me ooit op school geleerd is over de Nederlandse geschiedenis. Een abstracte geschiedenisles die nu opeens raakvlakken begint te vertonen met mijn eigen geschiedenis. Het zal toch niet waar zijn dat ik zelf ook onderdeel ben van de altijd voortkabbelende geschiedenis?

Ben ik niet geboren in Amsterdam? Die stad die net als veel steden in Holland en Zeeland veel van hun rijkdom te danken hebben aan de door Balkenende bejubelde VOC. Maar zoals altijd gaat rijkdom voor de een gepaard met armoede voor een ander. De VOC heeft wel erg veel overeenkomsten met Enron en Ahold: een multinational waarvan de directie denkt in termen van korte termijn winsten en shareholders value. Een bedrijf ook dat dankzij haar uitgebreide bevoegdheden vele geroemde veroveringen mocht verrichten, een eufemisme voor oorlog en enorme slachtpartijen. En als de VOC dan na 100 jaar roemloos ten onder gaat aan zijn eigen hebzucht, neemt de Nederlandse regering het stokje net zo makkelijk over en zet in 1830 de toon met de het invoering van dwangculturen. De inheemse bevolking wordt verplicht tot de helft van hun land te gebruiken voor de teelt van die gewassen die voor Nederland het meest lucratief zijn. Dat er mede hierdoor hongersnoden uitbreken wordt bewust op de koop toegenomen. Pas als de onrust onder de bevolking zo groot wordt dat de winstgevendheid van de ondernemingen in gevaar komt, wordt in 1860 het systeem van dwangculturen afgeschaft en de landbouw geliberaliseerd. Veel zal het allemaal niet meer helpen. Het zaad voor de onafwendbare onafhankelijkheidstrijd is gezaaid.

Als het begin van het einde nadert, tref ik Bram Heijboer aan, de vader van Roel en Magnolia, en daarmee mijn eigen grootvader. Een Zeeuwse jongen die al jong naar Indië is getrokken. Hij staat trots op oude foto’s uit 1912 als 23 jarige tussen zijn collega’s op de rubber- en koffieplantage Kali Kempit in Oost-Java. Wat bezielde hem dit leven aan te gaan? Waarom is hij uit Zeeland vertrokken? Wat hoopte hij in Indië te vinden? Wat zijn dromen ook waren, hij moet een slimme vent zijn geweest. Hij weet in ongekend tempo op te klimmen naar de functie van administrateur en is korte tijd zelfs inspecteur op Sumatra geweest. Het moeten overigens geen makkelijke tijden geweest zijn. Wie de foto’s bekijkt ziet de zorgen op zijn gezicht met de jaren toenemen. Zijn eerste vrouw is een jaar na het huwelijk al overleden. Om wat van die zorgen te kunnen begrijpen probeer ik te achterhalen wat er zoal speelde op een plantage. Heren van de thee van Hella Haasse geeft een fraai kijkje in het moeizame bestaan van de planters. De grillen van de natuur, de kwetsbaarheid voor allerlei exotische ziektes, de culturele verschillen met de lokale bevolking en hun leiders en niet in de laatste plaats de vaak contraproductieve ingrepen van het Nederlandse gouvernement hadden allemaal invloed op het werk in de tuinen. 

De gids die ons de onderneming Kali Kempit en de omgeving laat zien is zelf werkzaam geweest op verschillende plantages. Geboren in 1935 heeft hij getennist op Kali Kempit en zijn eerste vrouw op het Sportpark leren kennen. Na de oorlog zijn het vrijwel allemaal staatsondernemingen geworden, die op vrijwel dezelfde voet verder boerden. Hij heeft dezelfde functies bekleed als Bram Heijboer en kan het beeld bevestigen van een moeizaam bestaan met vele externe invloeden. We zien het ook nu nog met eigen ogen. De moesson is laat en de meeste gewassen staan er slecht bij. De markten veranderen en de eens zo uitgebreide velden met rubber zijn op Kali Kempit geheel verdwenen en vervangen door cacao dat nu meer opbrengt. Arbeid is ook nu nog een lastige factor. Het huisvesten van de medewerkers in een kampong op de eigen plantage is te duur geworden. Daarom zij de overgegaan tot seizoensarbeid en worden veel arbeiders dagelijks met bussen naar de ondernemingen gependeld.

Terug naar de jaren dertig. De crises in Europa maakt het er niet makkelijker op. Het moet bepaald geen idylle zijn geweest. En dus kan de oorlog ook geen einde hebben gemaakt aan welk idyllisch sprookje dan ook. Maar een eind is een eind. En natuurlijk doet dat pijn. Vooral voor kinderen zoals Magnolia die hun sprookjeswereld ruw verstoord zien worden. Als kind moet Indië een paradijs voor haar zijn geweest.

Zoveel als mij op school verteld is over de oorlog in Europa zoweinig blijk ik eigenlijk te weten van de gevolgen in Indië. Hoewel het onderwerp niet taboe was, is er thuis niet veel over gesproken. Misschien wilde ik het ook niet weten. Heb ik er wel eens naar gevraagd? Nu is dat wel anders. Wat is er met dat gezinnetje uit Kali Kempit gebeurd? Hoe is grootvader aan zijn einde gekomen? Wat hielden de jappenkampen eigenlijk in? Alweer lees ik me suf. De bibliotheek blijkt vol te staan van verhalen over de kampen. Vooral over het kamp waar grootmoeder Hans heeft gezeten. En dat zijn bepaald geen prettige verhalen. Ook Magnolia’s verhaal dat werd opgetekend voor de aanvraag van een uitkering is geen leuke kost. Drie jaar Japanse terreur, het gebrek aan gezondheidszorg en de laatste maanden pure ondervoeding moeten een hel zijn geweest. En dan de zorgen nog die Hans zich gemaakt moet hebben over het onbekende lot van haar kinderen. En wist ze al dat in 1943 haar man Bram ter dood gebracht was?



Waarom hadden de Japanners Bram eruit gepikt? En waarom hebben de Japanners in Indië de vrouwen en kinderen geïnterneerd, terwijl ze dat in andere landen niet deden?

Een buurvrouw aan de overkant van ons huisje op Oost-Java komt aanlopen met een boek over de laatste dagen van Nederlandse Indië. Daar staat ook de naam Heijboer in. Het hele verhaal over de toedracht van Bram’s arrestatie staat beschreven als de Eerste plantersaffaire. Angst loopt als rode draad door het verhaal. Angst wel te verstaan van de Japanners voor een invasie op Oost-Java. Angst die door verschillende gebeurtenissen wordt gevoed. In de eerste plaats zijn er verschillende acties die de geallieerde troepen vanuit Australië nemen. Als in 1943 de Japanse kansen op een blijvende overwinning keren, worden ze erg nerveus van geruchten over mogelijke landingen op Oost-Java. Ze sturen zelf speciale mensen naar het gebied om mogelijke spionnen en verzetstrijders op te sporen. Daarnaast hebben ze eerder op tenminste één plantage een verzameling wapens gevonden. Wapens die afkomstig bleken te zijn van het chaotisch terugtrekkend Nederlandse troepen. Troepen die korte tijd onderdak kregen op de plantages. Voorts is er de kwestie van de Landwacht. Veel plantages op Oost-Java hebben in de periode voor de capitulatie een soort orde dienst ingesteld ter bescherming van de ondernemingen. Daartoe droegen deze landwachters ook wapens. De Japanners hebben dat als een paramilitaire verzetsdaad beschouwt. En tenslotte is dan nog mister X: een administrateur van Zwitserse afkomst die heulde met de Japanners. Hij wordt ervan verdacht informatie te hebben verschaft aan de Japanners over een bijeenkomst van verschillende administrateurs in de omgeving van Glenmore. Informatie die het beeld van de Japanners moet hebben bevestigd dat de planters bezig waren met het voorbereiden van allerlei verzetsdaden en als een serieuze bedreiging werden beschouwd. Onze gids wist deze mister X overigens te identificeren als ene Küglin. In die nerveuze dagen zijn er vele honderden mensen opgepakt, waaronder Bram Heijboer en veel andere Europeanen en Indo-europeanen uit de regio. Ze zijn verhoord door de Kentapai, een Japanse counterpart van de Duitse SS. Geen plezierige jongens. Nadat bij 33 van hen een verklaring is afgedwongen, worden ze zonder verdere vorm van proces ter dood veroordeeld. De ten uitvoer legging vindt begin juli 1943 plaats in de bossen bij Mumbulsari, een dorp in de buurt van Jember op Oost-Java. De lijst van 33 omvat Bram Heijboer en zijn drie collega’s van Kali Kempit, maar ook de arts Van Nijk uit Krikilan en de assistent-resident uit Banyuwangi.

Voor de drie leden van het gezin die de oorlog hebben overleefd, moet deze periode hun leven getekend hebben. Is dat waarom grootmoeder Hans zo snel na terugkomst in Nederland is overleden? Is dat waarom er thuis zo weinig over deze zwarte bladzijde werd gesproken? Is dat waarom ik nu hier ben?

Het is mij nu uit eigen ervaring duidelijk geworden wat in het boeddhisme inter-being wordt genoemd. Een begrip dat aangeeft dat alles bestaat uit alles. In een vel papier kun je de zon, aarde en water zien die de bomen liet groeien, de arbeid van de mensen die de bomen hebben gekapt en verwerkt tot papier enzovoort. Nu zie ik de relatie duidelijk gestalte krijgen tussen al die zaken uit het verleden die hebben gemaakt wie ik ben en de wereld waar ik in leef. Erg verwarrend moet ik bekennen. Waar is mijn eigenheid gebleven? Ben ik een onvermijdelijk product van het verleden? Deze reis zal mij nog lang heugen. God behoede me voor de speurtocht naar de roots van de familie Schnek.

december 3, 2006
By on 07:36
Kali Kempit

Zaterdag 2 december.


 

Vandaag was de grote dag en gingen we met oom Paul op pad. Ons eerste doel was een bezoek aan het voormalig woonhuis op Kali Kempit (de onderneming..). ter plekke aangekomen ging het niet zomaar. Oom Paul had weliswaar toestemming van de manager, maar die was er niet en de bewaking van het terrein wist van niets. Gelukkig na enig overleg en de komst van een man die er uit zag als een generaal (hij keek heel streng) mochten we gaan kijken. We zijn rond het woonhuis gelopen, hebben met de betrokken mensen de foto’s bekeken die Han had meegenomen en ze legden ons van alles uit. In het huis mochten we niet, helaas. In het huis zetelt de huidige manager van de plantage die er nog steeds is. Vroeger was het koffie en rubber. Nu cacao en koffie. Nadat we wat oude gebouwen gezien hadden zijn we nog even langs de cacao fabriek gelopen en mochten daar binnen kijken. Je ziet dan een stuk of 20 vrouwen die allemaal in een razend tempo de cacao scheiden op de verschillende soorten kwaliteit. Ze worden betaald per kilo dus tempo is winst!

Na dit bezoek (en we werden vergezeld door een aantal bewakers, die erg vriendelijk waren maar goed in de gaten hielden wat we deden) was het volgende doel een ritje over de plantage en het einddoel daarvan het stationnetje van Kempit wat niet meer in gebruik is. Erg leuk om dit allemaal te zien. Het verleden en de verhalen gaan op deze manier erg leven!

Ondertussen wist oom Paul mooie aanvullende verhalen uit zijn schatkist aan herinneringen te halen! Hij weet nog heel veel namen en gebeurtenissen uit die tijd.

Na dit stuk zijn we nog langs het voormalig sportpark gereden, waarvan de vader van Magnolia een van de oprichters was. Dit staat ook nog op oude films, maar er is niert veel meer van over. Wel verhalen ook weer van oom Paul, die daar zijn eerste vrouw had ontmoet en er een brok van in zijn keel kreeg!

Tot slot reden we langs het oude ziekenhuis vlakbij, waar de planters terecht konden en waar de dokter woonde. Ook dit gebouw moet bekend zijn bij hen die hier leefden!

We hebben veel te danken aan deze oom Paul. Hij heeft ons de ontbrekende stukjes van de puzzel laten zien en veel aanvullende informatie gegeven. En hij had er ook zichtbaar plezier in.

 

Aan het eind van de dag zijn we even langs de buren gelopen, die ons het boek leenden over ‘het einde van Indië’. Ook dit was een mooie ontmoeting. Allebei psychotherapeut geweest, in Nederland. Nu (weer) in Indië, waar de man van het stel (Rob) geboren en getogen is. Zo te zien is hij half Indisch; twee hele lieve en ook weer zeer geïnteresseerde mensen, die meedenken en doen. Ze zijn bezig een revalidatiecentrum te bouwen voor motorisch en verstandelijk gehandicapte kinderen en hebben ons uitgenodigd maandag met ze mee te gaan om een kijkje te nemen. Ik denk dat ze na hun pensioen zich met deze dingen bezig zijn gaan houden. Hij geeft ook nog college op een universiteit.

Het is erg leuk om te reizen met zoveel diepgang als deze reis heeft! Alles past in elkaar en toeval lijkt niet te bestaan. De plekken die we vinden, de mensen die we ontmoeten enzovoort. En tussendoor genieten we erg van deze plek en omgeving. Het is wel luxe hoor, in een huis met een kokkie, een tuinman, een klusjesman, een bewaker en oom Paul…. We zijn echt rijk in de ogen van de mensen hier. En dat voor ongeveer 20 euro per dag! Soms voelt het een beetje misplaats. Maar men lijkt het heel normaal te vinden. Laat maar gebeuren dan denk ik.

En onze kokkie, Anik, kookt heerlijk voor ons. We hebben haar de vrije hand gegeven, als er maar geen vlees in zit. En dat is veel leuker dan elke dag gericht iets bestellen. Ze verwend ons met haar heerlijke gerechten!

Onze ‘securityman’ kwam zich net (19.00) even melden. We voelen ons helemaal veilig! Niet dat het anders niet zo voelt hoor. We maken af en toe een wandelingetje het weggetje af en komen dan langs heel kleine huisjes, met waterpompen op het erf, duiven op til, kippen, schapen, rijstvelden, en gister zagen we een man die net zijn groep eenden aan het thuisbrengen was! Ik weet wel dat wij vroeger ganzenhoeders hadden, maar eenden…..! en iedereen roept hello, of zwaait of roept iets anders. Iedereen lacht naar ons. En we doen ons best een paar woordjes Indonesisch te praten. Dat wordt erg op prijs gesteld.

 

We blijven hier tot dinsdag. Dan hebben we nog een paar dagen. We denken toch even naar Bali (Ubud) te gaan (ik denk aan je Amber!!!) en daar nog twee dagen door te brengen. Dan vliegen we van Denpassar naar Jakarta en dan weer terug. Vluchten schijnen er genoeg te zijn, en vanaf de plek waar we nu zitten is dat toch de snelste optie! De laatste dagen is het denk ik wel lekker even gewoon vakantie te houden, zonder missie of wat dan ook.


By on 07:32
Ijen

Vrijdag 1 december

Vandaag de Ijen beklommen. De Ijen is een van de vulkanen op het Ijen-plateau, waar ook de Raung toebehoort, die we dagelijks vanaf ons terras kunnen zien liggen. De tocht begint met een rit via Banyuwangi naar het berggebied achter de 3300 meter hoge Raung. Langs de sawa’s waar de rijst in frisse tinten groen groeit en de karbouwen de ploegen door de natte akkers trekken. Hoger beginnen de kruidnagelbossen en de koffie. Tussen de akkers liggen de dorpjes waar het leven zich al vroeg in de ochtend geheel buiten lijkt af te spelen. Vrouwen die hun stoepje schoonvegen, kinderen die in schoolkostuum op de bus staan te wachten, een oma die met een baby in haar arm en een baal op haar hoofd langs de weg slentert en de mannen die op de akkers bezig zijn of samen de allerlei zaken bespreken. Mijn auto dendert voort langs de dorpen naar hogere grond. De koffie maakt plaats voor wildernis. Meest opvallende verschijning is de varenpalm, die nog het meest lijkt op een uit de kluiten gegroeide varen. De bladeren zijn soms wel drie meter en rollen net als onze varens uit een fraaie krul.

De laatste kilometers leggen we te voet af. Hoewel het nog aangenaam koel is op dit vroege uur, gutst het zweet al snel aan alle kanten naar beneden. Bergklimmen in de tropen is toch anders dan in de Alpen. Na anderhalf uur staan we eindelijk aan de rand van de krater. Dodelijk vermoeid, maar wat een uitzicht! Diep beneden ligt een heldergroen meer. Veel groener kun je je water niet voorstellen. Het is bijna lieflijk. Maar vergis je niet. De krater is actief en stuwt constant mineralen en stoom naar boven. Zwavel is alom aanwezig. Het stinkt een uur in de wind en de paden zijn geel gekleurd. De kraterwanden zijn aan de binnenkant bedekt met ribbels die duiden op verse lavastromen. Een uiterst mensonvriendelijke omgeving die net als bij de Bromo doet denken aan de begintijd van deze aarde.

Onderin de krater, waar de stoom vandaan komt, zijn mensen aan het werk die de zwavel winnen. Het borrelt traag omhoog. Ze laten het in vormen druppelen, breken de gestolde stukken in forse brokken en dragen die in twee manden op hun schouder de krater uit naar het weegstation, meer dan een kilometer verderop. Daarna gaat het, opnieuw op de schouders, naar het tweede weegstation twee kilometer verder, die het verder transporteert naar de fabriek. Deze mannen krijgen 400 roepies per kilo en dragen meestal zo’n 70 kilo tegelijkertijd in de manden. Daarmee verdienen ze relatief veel geld. Geld dat duur betaald wordt. Werken in de zwaveldampen is niet bepaald bevorderlijk voor de gezondheid. Ze zien er ook niet erg fris uit. Hun levensverwachting is schrikbarend laag.

Het verhaal van de oorsprong van de naam “ Ijen” komt zo uit een sprookjesboek. Ijen betekent “ alleen”. Het verhaal gaat dat ergens in de geschiedenis een prinses leed aan een huidziekte die alleen met zwavel kom worden genezen. Haar vader, de koning, rustte een expeditie uit naar de zwavelwinplaats bij het kratermeer op Oost-Java. De expeditie kreeg het zwaar te verduren. Wilde beesten, ziekten en onvriendelijke bergbewoners. Van de 21 leden kwam er uiteindelijk maar een (alleen) terug. Maar wel met de zwavel. Als dank mocht deze jonge held natuurlijk trouwen met de prinses en ze leefden nog lang en ……..


By on 07:28
wat kiekjes

Toekan  de babytoekan…

Cacao Cacao vrucht

Onderweg_3 zomaar onderweg.

de man rechts is Agus

december 1, 2006
By on 06:54
koffie, cacao en rubber..

Donderdag 30 november

Het is heerlijk om een poosje op 1 plek te blijven. Zo ontmoet je meer en beter de mensen, leer je de gebruiken en gewoontes een beetje kennen en ga je er een heel klein beetje bij horen! Het huis waar we zitten ligt 3 km buiten het dorpje Kalibaru. De weg loopt van Kalibaru naar Banjuwangi, onderweg heb je dan de dorpjes uit het verleden van Magnolia, zoals vlak bij waar zij woonde het dorp Glenmore. Om bij ons huis te komen ga je dus 3 km uit het dorp van de weg af, een klein zandweggetje op. Langs dit weggetje staan allemaal huisjes, met vaak een klein winkeltje. Je loopt langs dit pad en iedereen zegt je gedag. Soms komen mensen zelfs even een hand geven.. iedereen wil wel een praatje maken, maar ons Indonesisch gaat niet veel verder dan groeten, en hun engels niet veel verder dan hello. Bij een van deze huisjes hoorden we een raar vogelgeluid. Nader onderzoek wees uit dat dit een babytoekan was. Toekans worden hier vaak in een (te kleine) kooi gestopt, bij hotels. Maar deze baby komt nog niet ver en zit onder een afdakje naast een huisje. Een herrie dat ie maakt! En lelijk dat hij is! Bijna mooi van lelijkheid… klein, maar al zo groot als een papagaai.

Tegenover ons huis staat het huis van een paar andere, wat oudere Nederlanders waarvan de man ook een Indisch verleden heeft. Zij wonen hier permanent. Van oom Paul hadden zij het verhaal van Han gehoord, dat hij op zoek was naar plekjes uit het verleden van zijn moeder. Vervolgens kwamen ze met een boek aanzetten waarin de naam van Han zijn grootvader nog genoemd wordt en de wellicht correcte toedracht van zijn overlijden vermeld wordt! Het is heel mooi hoe alles op deze manier bij elkaar komt, en we blijkbaar precies de juiste mensen op ons pad vinden, die kunnen helpen bij het vergaren van informatie!

Zaterdag gaan we met oom Paul naar het voormalig woonhuis van Magnolia. Hij was er al langs geweest om een vergunning te vragen.. er zit nu een administratief kantoor of iets dergelijks. Het blijkt dat deze man manager van een grote plantage is geweest. Na zijn pensioen had hij behoefte om weer wat te gaan doen en nu leidt hij vnl Nederlandse toeristen rond.

Vandaag hebben we een plantage in de buurt bezocht. De jongen die met ons meereed (in een jeep) heet Imam, en wist ons veel te vertellen. Deze plantage heeft cacao, koffie en rubber, zoals dat vaker samen gaat. Ik heb een hoop geleerd over hoe dit alles groeit en verwerkt wordt! De cacao geeft het hele jaar door vruchten, ze zitten meteen aan de stam en aan de takken. We hebben de zaden geproefd, waarvan het vlies fris zoet-zuur smaakt. Daarin zit de pit, die vervolgens gedroogd wordt en als gedroogde boon geëxporteerd wordt. Gebrand wordt het niet hier. De rubberbomen geven ook het hele jaar door rubber. Elke twee dagen wordt er een nieuwe inkeping gemaakt waar het vocht dan uitloopt in een bakje wat er onderhangt. Als laatste hebben we wat koffie gezien, maar daar is het nu niet het goede seizoen voor.

Het leukste was het bezoekje aan de rubberfabriek. Alle apparaten zijn nog van bijna een eeuw geleden. Het hele proces was te volgen. Ze lieten ons alles zien. Leuk ook omdat Magnolia vaak vertelde over de rubberfabriek en de restjes rubber waar ze mee speelden! Ter illustratie kregen we een paar stukjes rubber mee naar huis, uit de verschillende fasen van verwerking.

Op de terugweg zijn we nog door het dorpje Glenmore gereden en zijn even gestopt bij het stationnetje. Imam vertelde de stationschef over onze missie en we werden in zijn kantoortje uitgenodigd te komen kijken. Echt: we gingen terug in de tijd! Alles is daar nog zoals het waarschijnlijk altijd al was! De apparaten om de wissels te bedienen, een telexapparaat en het spiegelei… prachtig om dit allemaal te zien. Geen computers niks. Nou komt er ook denk ik maar eens per dag een trein langs, maar toch!

Morgen gaat Han de vulkaan op, dwz, naar het meer waar zwavel gewonnen wordt. Dit gaat nog op de ouderwetse, handmatige manier en de arbeiders werken 364 dagen per jaar! Heftig hoor! Ik ga niet mee want die hoogteziekte is me niet goed bevallen.

Ik ga dus een dagje lummelen. Even naar het hotel met internet, jullie deze tekst sturen, mail checken en een glas vers geperst watermeloensap drinken. Ook niet mis!

Er zijn hier trouwens twee hotels, een vlak bij ons, en de andere (ze horen bij elkaar) in het dorp. Hotels houden hier meestal in dat je een soort huisje (kamer) hebt, met een eigen waranda en zicht op de tuin. Het zijn net paradijsjes. En er zit geen kip op het moment! Misschien zijn toeristen bang voor het regenseizoen?! Dat schijnt pas in januari heel erg te worden. Gister hadden we hier eindelijk onze eerste flinke bui. Maar dat is altijd wel lekker omdat de druk wat weggaat en het even wat frisser wordt. Mijn idee is het om juist in dit jaargetij te gaan: het is zo heerlijk rustig!!

We hebben ook besloten dat we voorlopig nog niet klaar zijn met Indonesië!


By on 06:37
Oom Paul….

Na een heerlijke nacht werd ik gewekt door een van de moskeeën, die dit land rijk is. Ze beginnen al om 4 uur met zingen! Gisteravond leek het alsof ze een wedstrijd deden wie zo hard mogelijk kon zingen… wat een herrie. Om half 8 besloot ik dat het genoeg was geweest en ben ik maar opgestaan.

Vanmorgen kwam oom Paul weer even bij ons langs. Oom Paul is een 71 jarige man, van een Duitse vader en Javaanse moeder. Ze werden gezien als Nederlandse onderdanen, na naturalisatie. Zijn vader was secretaris bij een onderneming. je kunt merken dat hij een "betere"  afkomst heeft. Zo heeft  hij het o.a. over die keukenmeiden en die tuinjongen.. gewend aan mensen die voor hem werken!

We vertelden hem over het doel van ons bezoek aan deze streek. Han had een oude landkaart en oude foto’s bij zich en liet deze zien. Oom Paul herkende veel van wat we noemden. Vertelde over het huis waar Magnolia opgroeide en dat het er nog steeds stond. Moet niet moeilijk zijn om langs te gaan, zei hij, want hij kende nog wel wat mensen.  Normaliter kun je blijkbaar niet zomaar zo’n gebouw opzoeken, en moet je toestemming vragen bij het hoofdkantoor. Volgens hem ziet het er nog precies zo uit!

Het is leuk met hem te praten. Hij praat in mooi oud Nederlands, en heel bedachtzaam. Als hij afscheid neemt zegt hij dagdag, terwijl hij met zijn handen zwaait. Omdat Oom Paul een drukbezet man is kunnen we pas over drie dagen met hem op stap, maar dan gaat hij met ons die oude plekjes opzoeken…

Dit huis, Rumah Kita (‘ons huis’ betekent het) is een heerlijk huis. Tot nu toe vertoeven we voornamelijk op de waranda, lekker op een bank met een boekje en wat te drinken. Straks eens even naar het dorp om internet op te zoeken, dat schijnt alleen bij een hotel te zijn.

Zou nog een idee zijn: hier een internetcafé opzetten! Wat dat betreft is er nog een hoop te doen…

november 29, 2006
By on 06:18